IndexPortalKalenderFAQZoekenGebruikerslijstGebruikersgroepenRegistrerenInloggen

Deel | 
 

 Jefferson

Ga naar beneden 
AuteurBericht
Jefferson
Rememberer
avatar

Naam : Celeste
Aantal berichten : 72
Leeftijd : 26
Woonplaats : The Internet~

Character sheet
Alias: Mad Hatter
Leeftijd: 29
Partner: There's no promise of a happy ending.

BerichtOnderwerp: Jefferson   ma okt 29, 2012 3:09 am

C H A R A C T E R
Naam Jefferson
Bijnaam Hatter
Leeftijd 29
Geslacht Man
Geboortedatum 28 juni
Sterrenbeeld Cancer
Chinese zodiac Pig
Geaardheid Closeted biseksueel
Baan -

F A I R Y T A L E
Naam Mad Hatter
Verhaal Alice in Wonderland
Bijzonderheden Zijn hoed is in staat een portaal tussen werelden te openen. Echter: hetzelfde aantal mensen dat heengaat door de hoed moet ook weer terug - niet meer, niet minder. Zijn hoed werkt in Storybrooke natuurlijk niet, iets wat hem haast tot waanzin drijft.

F A M I L Y
Dochter Grace (11)
Vrouw Elizabeth (†)

A P P E A R A N C E
Haarkleur: Donkerbruin
Haarstijl: Kort, wavy
Oogkleur: Groenblauw
Lengte: 1.80
Gewicht: 64
Postuur: Normaal
Kledingstijl: Archaïsch
Littekens: Rond zijn nek en hals, afkomstig van zijn onthoofding door de Queen of Hearts.

P E R S O N A L I T Y
» Honest Jefferson is boven alles ontzettend eerlijk, vooral naar de mensen waarom hij geeft. Naar anderen, vooral naar mensen die hij niet vertrouwt, kan hij dingen achterhouden, maar hij zal zelden of nooit liegen, tenzij hij er iemand mee beschermt. Hieraan hangt vast dat hij een man van eer is: hij houdt zich altijd aan zijn woord, maakt niet uit naar wie.
» Driven Hij is vastberaden en wanneer hij ergens zijn zinnen op gezet heeft, heeft hij niet op tot hij zijn doel bereikt heeft. Hetzelfde geldt voor beloftes die hij gedaan heeft: wanneer hij eenmaal een belofte gemaakt heeft, maakt niet uit met wie, dan zal hij niet rusten voor hij die belofte nageleefd heeft. Daarom heeft hij Grace nog steeds niet opgegeven, ook al weet ze niet meer wie hij is. Hij zal niet rusten voor hij haar terug heeft, wat hij er ook voor moet doen, omdat hij haar beloofd heeft dat hij haar altijd zal vinden.
» Caring and protective Jefferson is zorgzaam, natuurlijk allereerst naar Grace toe. Hij zal alles opzij zetten voor de mensen van wie hij houdt, en er alles voor geven om hen te beschermen. Hij zet zijn leven en zijn wensen altijd achter die van anderen. Hij heeft er alles voor over om zijn geliefden gelukkig te laten zijn, ook al betekent dat dat hij zelf diep ongelukkig is, of niets meer heeft - zolang zij maar gelukkig zijn, redt hij het wel.
» Cunning Hij is erg sluw, al gebruikt hij dit niet voor kwade doeleinden. Alles is gericht op Grace. Elke list die hij uithaalt is voor haar, of het nou is om haar op de een of andere manier een beter leven te geven, of om een manier te vinden om de vloek te verbreken en haar terug te krijgen. Ook wanneer het hierop aankomt is hij tot alles bereid.
» Touchy Jefferson heeft een kort lontje, iets waar hij zichzelf ook bewust van is, al is hij er niet toe bereid het te veranderen. Hij kan daadwerkelijk gevaarlijk zijn wanneer hij kwaad is, al is hij op zo'n momenten nog helder genoeg om het verschil tussen vriend en vijand te onderscheiden - zo hoeft hij nooit bang te zijn dat hij uithaalt naar Grace. Hij is in staat iemand pijn te doen wanneer hij echt heel kwaad op ze is.
» Compulsive Hij heeft de drang dat alles precies zo moet zijn als hij het neergezet heeft. Alles moet rechtstaan, precies op de juiste plek, zonder vuiltjes of niets. Aan de ene kant komt dit doordat hij te perfectionistisch is; aan de andere kant is het een overblijfsel aan zijn tijd bij de Queen of Hearts, de maanden in een kamer met hoeden die niet wilden werken, met als enig gezelschap de gedachte "make it work, make it work, make it work, make it work."

I N T E R S T S
Hobby's: Boswandelingen maken, spelen met Grace, lezen, houtsnijden, cartografie
Houdt van: Grace, natuur, afzondering, sterrenkijken, cartografie
Houdt niet van: Evil Queen, Storybrooke, de vloek, zijn gave, zijn herinneringen, Wonderland
Turn ons: Zachtaardig, zorgzaam, houdt van kinderen, standvastig, gedreven
Turn offs: Koud, hautaine, wisselvallig, slinks, hekel aan kinderen
Fears: Grace verliezen, voor eeuwig in Storybrooke vastzitten

H I S T O R Y
Jefferson heeft het nooit echt breed gehad. Zijn ouders waren arme handwerkslieden die nooit echt veel te spenderen hadden en het speelgoed voor hun zoon eigenlijk altijd zelf maakten tot hij oud genoeg was om het zelf te doen. Hij leerde dan ook al vroeg om zichzelf met weinig tevreden te stellen, en om te werken voor wat hij wilde. Hij hielp zijn ouders vaak, vooral houtsnijden, waar hij erg goed in bleek te zijn. Hij was verantwoordelijk voor de borden, kommen, mokken, en andere soorten servies die hij en zijn ouders op de markt verkochten. Vrienden had hij niet – hij was te druk met werken om zijn ouders te helpen en zo te zorgen dat ze die avond wat te eten hadden. Hij klaagde nooit, maar hij kon niet ontkennen dat hij erg eenzaam was, en meer dan eens wenste hij dat hij iemand had om mee te praten – of desnoods dat hij een plek had waar hij even van de realiteit kon verdwijnen.

Op zijn tiende was hij in het bos naar hout aan het zoeken om er dingen uit te kunnen snijden. In eerste instantie kon hij geen geschikt hout vinden, dus liep hij dieper het bos in, in de hoop dat hij daar wel wat zou kunnen vinden. Hij vond er inderdaad iets – alleen was het geen hout. Half verscholen tussen het struikgewas vond hij een hoge hoed. Eerst was hij verbaasd – want wat moest een hoge hoed nu in het bos? Hoe kon iemand die daar nu verloren zijn? Hij keek nog rond, maar hij zag niemand van wie de hoed kon zijn, dus pakte hij hem op en bekeek hem. Uiteindelijk nam hij hem mee naar huis. Zijn ouders waren nog op de markt, dus dat gaf hem de tijd zijn aanwinst goed te bekijken. Hij vroeg zich af hoeveel de hoed waard was; vast wel veel, aangezien hij van fluweel leek te zijn, maar stiekem wilde hij niet dat hij zijn hoed moest verkopen. Dit was het eerste ding dat hij had dat hij of zijn ouders niet zelf gemaakt hadden, en hij wilde het houden. Daarom verstopte hij de hoed gehaast onder zijn bed toen hij zijn ouders hoorde thuiskomen, en vertelde hen niets.

Een paar weken gingen voorbij waarin Jefferson weinig tijd had om aan zijn hoed te denken; tot de dag kwam dat zijn ouders weer alleen naar de markt gingen. Alles wat Jefferson hoefde te doen was een aantal kommen uitsnijden; het hout lag al binnen op tafel. Meteen nadat de kar van zijn ouders uit het zicht verdwenen was, trok Jefferson de hoed onder zijn bed uit en zette hem op de grond neer. Bedachtzaam keek hij ernaar, en gaf hem afwezig een draai, verwachtend dat de hoed daarna weer gewoon stil zou staan. Dit gebeurde echter niet. De hoed bleef doordraaien, en er kwam bovendien een zwarte mist uit. Jefferson nam eerst een aantal stappen achteruit, angstig, maar daarna won zijn nieuwsgierigheid het van zijn angst en nam hij een stapte dichterbij. Een gil scheurde zich uit zijn keel toen hij plotseling de hoed ingetrokken werd, en hij sloot zijn ogen stevig, tot hij weer grond onder zijn voeten voelde.

Toen hij zijn ogen opende, zag hij dat hij zich in een ronde ruimte bevond, met deuren in de muren. Op dit moment was hij al niet meer bang, want hij kon de hoed voelen trekken van boven, en wist dat hij weer terug zou kunnen als hij dat zou willen. Daarom zette hij voorzichtig enkele stappen richting een deur, die hij gewoon kon openen. Achter de deur zag hij een landweggetje, omgeven door hoog gras en paddenstoelen minstens vijf keer zo groot als hij. Hij liet de deur open zodat hij zeker wist dat hij nog terug zou kunnen en begon het landweggetje af te lopen, verstijvend toen hij van boven een stem hoorde. Hij keek omhoog en zag boven zich, op een van de paddenstoelen, een enorme rups, genietend van een waterpijp en kringen rook zijn kant uitblazend met iedere vraag van “En wie ben jij?”. Jefferson, die beleefd was opgevoed, antwoordde: “Jefferson, meneer. Kunt u me misschien vertellen waar ik ben?” Maar de rups gaf geen antwoord op zijn vragen, in plaats daarvan zijn waterpijp rokend.

Jefferson, die bang was dat zijn ouders terug zouden komen, liep meteen hierna terug naar de ronde ruimte en liet zich door de hoed weer terugbrengen naar zijn eigen wereld, al onthield hij wel welke deur hij genomen had, zodat hij nog eens terug kon gaan naar het vreemde land met de enorme paddenstoelen en rupsen. De hoed verstopte hij weer onder zijn bed, en ging braaf aan de gang met het uitsnijden van een kom.

Enkele dagen later ging hij weer naar het bos om hout te zoeken, en hij smokkelde de hoed mee. Weer opende hij het portaal naar de ruimte met de deuren, en nam dezelfde deur als eerder. Weer vroeg de rups wie hij was, en Jefferson vertelde hem weer dat hij Jefferson was, maar ditmaal stelde hij de rups geen vragen; in plaats daarvan liep hij door. Hij kwam in een bos uit dat donkerder was dan zijn eigen bos, waardoor hij automatisch wat voorzichtiger ging lopen. Plots hoorde hij weer een stem, al kon hij niet plaatsen waar de stem vandaan kwam, en was de stem anders dan die van de rups – minder diep, haast speels, en met een overduidelijke pur erin. “Zo zo, een nieuw gezicht. En wie mag jij dan wel zijn?” De stem klonk dichterbij, nu, maar nog steeds kon Jefferson niets zien. Toen hij opzij keek, echter, zag hij boven een boomtak twee ogen zweven, waardoor hij automatisch enkele stapen naar achteren zette. Even later verscheen er langzaam een lichaam rond de ogen, en kon hij dan eindelijk een wat mollige, grijze kat zien met blauwe en zwarte strepen, die ontspannen over de boomtak hing en hem recht aankeek.

Zodra hij over de schok heen was dat deze kat kon praten, stelde hij zich netjes voor en kwam hij er door de hulp van de kat – de Cheshire Cat, zo vertelde hij Jefferson – achter dat hij in een land dat Wonderland heette terecht was gekomen. Meer dan de helft van wat Cheshire hem vertelde klonk Jefferson maar ongelofelijk in de oren, dus hij nam alles wat hem verteld werd met een korreltje zout. Cheshire vroeg hem hoe hij in Wonderland was gekomen, want in Wonderland kwamen geen bezoekers. “Ik heb een hoed,” vertelde Jefferson opgewonden, want dit was de eerste keer dat hij iemand over zijn hoed kon vertellen. “En die hoed heeft een kamer met deuren en een van die deuren bracht me hier.” Cheshire luisterde geïnteresseerd, met af en toe een zachte 'hmm' tussendoor, maar zei voor de verdere rest niets. Wat hij echter wel deed was continu verdwijnen en dan op een andere plek weer verschijnen, zodat Jefferson constant zijn ogen moest verplaatsen. "Sorry, maar zou je misschien niet zo snel willen verdwijnen?" vroeg Jefferson na enkele keren, en glimlachte toen Cheshire op één plaats bleef staan - alleen om héél langzaam te verdwijnen. Hij verscheen niet meer. Jefferson riep zijn naam nog, maar hij kwam niet meer terug. Jefferson was weer alleen. Weer liep hij terug over het landweggetje naar de ruimte met de deuren, en liet zich terugbrengen naar zijn eigen bos.

Vanaf dat moment maakte Jefferson steeds meer tripjes met zijn hoed, en kwam er langzaam achter dat de hoed regels had. Evenveel mensen als door de hoed naar binnen gingen, moesten ook weer door de hoed terug; de enige manier om dit te voorkomen was door de hoed tot zich te roepen wanneer hij op de drempel van een van de deuren stond. Hij bezocht Wonderland in eerste instantie niet meer, want hij had het idee dat de inwoners daar een beetje gek waren; in plaats daarvan opende hij andere deuren, en bezocht plaatsen als Neverland, waar niemand oud werd en de kinderen konden vliegen door feëenstof, en er een piratenschip was met een kapitein die Hook heette, die Jefferson stiekem maar een beetje eng vond. Neverland was ondanks dat een van zijn favoriete plaatsen. Door Neverland, waar mensen konden vliegen, begon hij zich wel een beetje af te vragen of Cheshire hem misschien wel de waarheid verteld had, en langzaam werd hij nieuwsgierig naar wat er allemaal in Wonderland te beleven was. Desondanks durfde hij nog niet terug te gaan, omdat hij zeker wist dat hij dan te lang weg zou blijven en zijn ouders bezorgd zouden worden.

Jefferson meed Wonderland tot zijn vijftiende. In dit jaar gebeurde er iets vreselijks: zijn ouders kwamen om. Het land was al langer in oorlog geweest; Jefferson kende de verhalen van de Ogre War, waarin iedereen moest meevechten, ook kinderen, maar hij had nooit gedacht dat de ogres ook in hun bos zouden komen. Dit gebeurde echter wel. Toen hij terugkwam van een tripje naar Neverland, lag hun huisje in puin en lagen zijn ouders dood onder de wrakstukken. Jefferson had meteen in de gaten wat er gebeurd was, want hij kon de ogres nog in de verte horen, en hun zware voetstappen deden de grond trillen. Hij dacht niet langer na, rende meteen terug naar zijn plekje in het bos, waar hij de hoed gevonden had, en opende het portaal. Zonder aarzeling liep hij naar de deur die hem naar Wonderland zou brengen, en riep op de drempel van deze deur de hoed tot zich. Toen hij hem eenmaal in zijn hand had, zette hij snel een stap in Wonderland voor de deur zou sluiten. De hoed zette hij op zijn hoofd, omdat hij niet wist wat hij er anders mee moest, en begon te lopen.

Hij kwam Cheshire weer tegen, die zich op zijn schouders nestelde en de hoed met interesse bekeek, er af en toe tegen tikkend met zijn poot tot Jefferson hem weer zei dat hij daarmee op moest houden. Samen met Cheshire ontdekte hij Wonderland en al haar verhalen en geheimen. Zo leerde hij de March Hare kennen, en de White Queen – en leerde dat hij vooral niet in de buurt moest komen bij de Queen of Hearts, want die was niet mild wanneer iemand op haar gebied kwam. Jefferson, die steeds roekelozer en – ook al zou hij dat zelf niet zo zeggen – gekker was geworden, besloot natuurlijk precies dat te doen, en bevond zich even later in het doolhof van de Queen of Hearts. Natuurlijk werd hij gepakt, en natuurlijk werd hij voor de Queen of Hearts geleid, en natuurlijk was alles wat zij zei “Off with his head.” Jefferson kneep zijn ogen stevig dicht, toen hij plotseling de stem van Cheshire hoorde, die rustig naar de Queen of Hearts toeliep en van alles tegen haar zei; Jefferson kon al niet eens meer horen wat. Het enige waar hij aan dacht was dat dit zijn kans was om te ontsnappen, dus rende hij zo snel hij kon weg van het doolhof en terug naar het landweggetje. Daar gooide hij de hoed op de grond, en opende het portaal. Voor hij erin kon springen, hoorde hij achter zich: “Geen probleem hoor~” Jefferson keek Cheshire niet aan, maar dat hoefde ook niet; hij wist goed genoeg dat er een brede glimlach op het gezicht van de kat zou staan. Hij zei echter wel: “Dank je.” Meer niet; daarna stapte hij het portaal in. Voor het sloot, hoorde hij: “Tot snel, Mad Hatter. I do so like your hat.” Daarna sloot het portaal, en werd de stem van Cheshire vervangen door de bekende ronde ruimte.

Jefferson kwam hierna nooit meer vrijwillig in Wonderland, en probeerde het bestaan van deze wereld het liefst te ontkennen. Hij reisde wel naar alle andere werelden, meestal in opdracht van iemand – vooral Rumpelstiltskin, om objecten op te halen in een van deze werelden; de man betaalde immers rijkelijk in gouddraad. Een enkele keer haalde hij ook dingen op voor de Evil Queen. Doordat hij naar zoveel verschillende werelden reisde, begon hij wel steeds meer zijn verstand te verliezen; hij had het gevoel alsof zijn hoofd de ruimte met de deuren was, en meer werelden in zich droeg dan het aankon. Al snel dacht hij daar echter niet meer over na. Op zijn zeventiende ontmoette hij een meisje waar hij ondanks alles smoorverliefd op werd, Elizabeth genaamd; de twee trouwden en kregen een jaar later een dochter, Grace. Elizabeth wist eerst niet wat haar man voor werk deed, alleen dat hij uitbetaald werd in gouddraad. Jefferson was namelijk gewoon voor Rumpelstiltskin blijven werken, zodat hij zijn vrouw en dochter een prachtig huis kon geven, en alles wat hun hartje begeerde.

Enkele jaren lang ging dit gewoon goed. Toen Grace vijf was, echter, ging het gruwelijk mis. Jefferson was op verzoek van Rumpelstiltskin iets gaan ophalen in Oz: de slippers van de Wicked Witch of the East, die nu bij haar zuster waren. Hiervoor zou hij het paleis van de Wicked Witch of the West moeten infiltreren, wat extreem gevaarlijk was; hij weigerde na te denken over hoezeer de heks leek op de Queen of Hearts. Toen hij eenmaal op weg was naar het paleis, hoorde hij plotseling een bekende stem achter zich, en zag hij Elizabeth, die de hoed gevonden had toen ze naar hem op zoek was en erin gesprongen was, overtuigd dat ze zo haar man zou vinden. Jefferson probeerde haar uit te leggen dat ze terug moest gaan, en thuis op hem moest wachten, maar ze weigerde van zijn zijde te wijken, dus had hij geen keus erop te vertrouwen dat ze niet in de weg zou lopen, en dat ze zich verscholen kon houden voor de heks. Natuurlijk bleek dit uiteindelijk niet het geval; Elizabeth werd door de heks gevonden, en vermoord. Jefferson slaagde er nog net in een kristallen bol mee te grissen voor hij terugrende naar de deur en zich thuis liet brengen.

Hij leverde de bol af aan Rumpelstiltskin, en kondigde meteen aan dat dit de laatste keer was dat hij de hoed zou gebruiken. Hij ontving zijn laatste betaling gouddraad, en keerde terug naar huis, waar hij Grace moest vertellen dat haar moeder dood was, en dat ze kleiner zouden moeten gaan wonen. Grace was enkele weken lang ontroostbaar, maar sloeg daarna plotseling om en werd het vrolijke meisje dat Jefferson zo goed zou leren kennen. Samen vertrokken ze naar een huisje in het bos. Jefferson borg zijn hoed weg. Langzaam zakte zijn manische karakter iets weg tot hij een beschermende ouder werd. Samen met Grace pakte hij het leven op dat hij met zijn ouders gehad had voor de Ogre War: het verkopen van uitgesneden servies en paddestoelen die hij met Grace uit het bos haalde. Hij maakte Grace’s speelgoed, al deed het hem pijn – hij had gewild dat zij een beter leven had gehad.

De Evil Queen stond natuurlijk niet boven emotionele chantage, en toen ze, op Grace's elfde, naar Wonderland moest om iets op te halen, aarzelde ze niet voor ze zich naar Jefferson wendde en hem omkocht met het aanbod dat Grace alles zou hebben wat haar hartje begeerde – als Jefferson met haar iets zou gaan ophalen in Wonderland. Grace was Jefferson’s grote zwakte, en uiteindelijk stemde hij met het aanbod van de Evil Queen in. Ze bleek uiteindelijk een hart uit de kluis van de Queen of Hearts moest hebben, wat van haar gestolen was – het hart van haar vader. Met veel pijn en moeite en een ternauwernode ontsnapping slaagden Jefferson en de Evil Queen erin het hart te bemachtigen – maar de Evil Queen was natuurlijk niet zomaar eerlijk, en wekte haar vader tot leven voor ze door de deur liepen. De regel van de hoed was nog steeds dat evenveel mensen door de hoed terugmoesten als dat er naar binnen waren gegaan, dus sloot de Evil Queen Jefferson op in Wonderland, zonder hoed en zonder enige manier van ontsnappen. Jefferson werd natuurlijk gevangen genomen door de Queen of Hearts en onthoofd, ook al bleef hij in leven; hij zou zijn lichaam alleen terugkrijgen als hij zijn hoed na zou kunnen maken en aan de Queen of Hearts zou schenken. Hij werd opgesloten in een kamer met alle gereedschap die hij nodig had. Met alleen de fixatie op de hoed en het gemis van Grace als gezelschap, werd Jefferson gekker dan hij ooit geweest was.

Toen kwam de vloek van de Evil Queen, en werd Jefferson opgesloten in een andere wereld: Storybrooke. Hij kwam er al snel achter dat hij een van de weinige mensen was die nog precies wist wie hij was – alleen hij, de Evil Queen, en Rumpelstiltskin wisten nog alles; de rest van het stadje was ervan overtuigd dat ze hun hele leven in Storybrooke, Amerika, als moderne mensen gewoond hadden. Grace – die hier Paige heette – kende hem niet meer. Hij zonderde zich af van de rest van het stadje, en zette een telescoop in een van de kamers van het huis zodat hij Grace in de gaten zou kunnen houden en haar zo zou kunnen beschermen. Hij leefde nu echt in twee werelden: zijn hoofd in zijn eigen land, zijn lichaam in Storybrooke. Dat, gecombineerd met het moeten aanzien van zijn dochter bij een andere familie, drijft hem vaak bijna tot waanzin, en het liefste wil hij vergeten. Hij zoekt nog steeds naar manieren om de vloek te verbreken, of om de Evil Queen over te halen hem ook te laten vergeten. Hij weet echter dat dat laatste nooit zal lukken: zijn herinneringen zijn de vloek die de Evil Queen speciaal voor hem uitgezocht heeft. Daarom probeert hij, net als in Wonderland, zijn hoed na te maken – tot nu toe tevergeefs.

_________________

You know what the issue is with this world?
Everyone wants a magical solution to their problem,
and everyone refuses to believe in magic.
Terug naar boven Ga naar beneden
Profiel bekijken http://onceuponatime.actieforum.com
 
Jefferson
Terug naar boven 
Pagina 1 van 1

Permissies van dit forum:Je mag geen reacties plaatsen in dit subforum
 :: Character :: Character Introduction :: Accepted-
Ga naar: